SchOOLwiki

zoekopdracht

Leerdoelen basisonderwijs

Basisvaardigheden (lezen, schrijven, taal en rekenen)

Vanaf doorgaans groep 2 kunnen kinderen met het leesproces bezig zijn. Zodra een kind er aan toe is, geeft de leerkracht aan dat hij/zij met lezen van start kan. Wil het kind er mee stoppen dan kan dat ook. Pas vanaf groep 3 moet er wel voortgang blijven en worden de kinderen met vaste regelmaat op hun voortgang getoetst. Zodra een kind vaardig genoeg is (letter, woord en zinsbouwkennis) gaat hij/zij met leeslijsten (AVI) aan de slag. Na AVI-Plus is het kind technisch vaardig genoeg en stapt het over op volledig bibliotheeklezen. Deze kinderen worden regelmatig op hun blijvende vaardigheid getoetst met een tempotoets.

Het schrijfproces begint bij de groepen 1 en 2 met motoriekoefeningen. Zo worden teken- en schrijfpatronen uitgebouwd tot het naschrijven van letters. Tijdens het leesproces zien we ook nog een koppeling naar het schrijven toe. Tot en met groep 8 blijft die extra aandacht aanwezig voor methodisch schrijven. Vanaf midden groep 7 wordt ook het losse schrift (blokletters) aangeboden. Vanaf dat moment mag dit schrift ook gebruikt worden door de leerlingen.

De taal en rekenlessen zijn opgebouwd volgens het principe van een korte instructie met het vormen van inzicht in de aangeboden leerproblemen, waarna de leerlingen zelfstandig met de oefenstof aan de slag gaan. Deze oefenstof is duidelijk opgebouwd uit eenvoudige lesjes/opgaven om te oefenen en vervolgens naar keuze uit te bouwen naar meerkeuze stof c.q. verrijking. Elke groep heeft meerdere computers beschikbaar als extra oefenmoment, oplossend of verrijking van de aangeboden leerstof.

Tot en met groep 3 wordt wereldoriëntatie aangeboden in gespreksthema’s met praatplaten. In groep 3 wordt gewerkt met “Veilig de wereld in” en groep 1/2 met “wijsneus”. Vanaf groep 4 vindt er een duidelijke splitsing plaats tussen aardrijkskunde, natuur en geschiedenis. Dit heeft een opbouw vanaf de eigen omgeving naar het wereldbeeld in groep 8. Deze opbouw geldt voor alle bovengenoemde vakken. Ook hier ziet men een opbouw naar meer en meer zelfstandig ontdekken en verwerken door middel van proeven, onderzoek in het documentatiecentrum of aangeboden materiaal en het uiteindelijk presenteren van een eigen werkstuk.

Onder expressieactiviteiten verstaan we de vakken muziek, tekenen en handenarbeid. Dans en toneel kunnen hier ook een onderdeel van zijn. Bij de groepen 1 en 2 is expressie vooral een eerste verkenning van kleur en vorm en het aanleren van knippen, plakken, scheuren en het gebruiken van potlood en verfkwast daarnaast is er aandacht voor het inlevingsvermogen van de kinderen. In de daaropvolgende groepen worden deze technieken uitgebreid en wordt steeds meer de fantasie geprikkeld en hiervan uiting aan gegeven. Dit doen we door te kleien, breien, borduren, weven, timmeren, solderen, verven, etc. Vaak werkt hierbij een tweetal jaargroepen samen zodat kinderen van verschillende leeftijden elkaar assisteren en stimuleren. Daarbij werken ze in kleinere groepjes onder leiding van een leerkracht of hulpouder aan de diverse technieken.
Bij muziek wordt gewerkt volgens een methode waarbij ook aandacht besteed wordt aan de techniek en indeling van muziekstukken. Ook wordt er gebruik gemaakt van een aantal ritme en melodische instrumenten. De school neemt ook deel aan projecten van het lokale Centrum Kunstzinnige Vorming (CKV) op het gebied van muziek en beeldende vorming. Vaak resulteert dit in een bezoek aan het CKV “De Kubus” voor een tentoonstelling of theaterbezoek. Op afspraak vindt een Sluistheatervoorstelling plaats. In het schooljaar 2014-2015 is er door de cultuur coördinator een beleidsplan cultuur opgesteld voor de schooljaren 2015-2019. Dit plan in dit tijdspad worden uitgevoerd en zal leiden tot culturele activiteiten geïntegreerd in het onderwijsaanbod.

Wat we doen voor leerlingen met specifieke behoeften
Bij alle onderdelen van de vakgebieden wordt regelmatig getoetst op een eventuele afwijking van de norm of behoefte aan verbreding van de aangeboden stof. Indien nodig, wordt na toetsing in overleg met de ouders en de leerling het leerprogramma aangepast aan de individuele behoefte (Zie hoofdstuk “De Zorg voor de kinderen”). Ook het jonge kind heeft onze extra aandacht.